Zelfremmende wormwieloverbrengingen

Een wormwieloverbrenging kan zó ontworpen worden dat alleen de aandrijving langs de worm mogelijk is, d.w.z. dat het toepassen van gelijk welke wringingskracht op de as van het wiel geen beweging van de wormen meebrengt. Om dit te verkrijgen moet de spoedhoek kleiner zijn dan de wrijvingshoek of (γ m≤f).

Voorzichtigheid dient geboden te worden bij het vooropzetten van de wrijvingshoek “f”; zijn waarde is immers essentieel afhankelijk van de toestand (rust of beweging) waarin het drijfwerk zich bevindt. Praktisch mag men aannemen dat een “worm-wormwiel” overbrenging tot stilstand komt bij het verdwijnen van de aandrijfkracht aan de worm wanneer de schroefhoek onder de 2° ligt. De traagheidskrachten van de in beweging zijnde elementen oefenen natuurlijk een invloed uit op de tijdspanne waarop het stel tot stilstand komt.