Vormgeving

Hierna de schematische afbeelding van de meest voorkomende vormen en verhoudingen en enkele bondige opmerkingen die nuttig kunnen zijn bij de keuze van één dezer vormen.

1 Gewoon rondsel

De meest economische uitvoering (materiaal en afwerking), laat toe meerdere rondsels in één opstelling te frezen.

2 & 3 rondsels

Met uitspringende naaf: de naaf is verlengd of verplaatst voor de rondsels met smalle tandbreedte of voor verschuiven van de vertanding t.o.v. de bevestigingsplaats.

4 & 5 rondselassen

Deze worden gebruikt wanneer het verschil van de tandvoetdiameter van de as te klein is om een normaal vastspieën op de as toe te laten; vermijdt het gebruik van spie. Te noteren dat de centers van de as uiterst verzorgd dienen te worden om een concentrisch frezen toe te laten.

6 & 7 Gewone wielen

Met vlies of met kruisspaken: voor wielen van middelmatige afmetingen, zonder overdreven tandbreedte. Het wiel met vlies, volledig gedraaid, verzekert praktisch een goed uitbalanceren. Het wiel met kruisspaken geeft een maximum weerstand voor een minimaal gewicht.

8 Wiel met spaken in H-vorm

Toegepast voor overbrenging van grote vermogens, die een grote tandbreedte vereisen.

9 & 10 Tandkrans met uitwendige vertanding

Vertande elementen die gecentreerd en vastgezet kunnen worden op een wiellichaam van ander materiaal of op een loopwiel of op een speciale naafbevestiging door middel van bouten of met spanning (opkrimpen of vastspieën).

11 & 12 Wielen en tandkransen met inwendige vertanding

Worden gekozen om een grotere ingrijplengte (meerdere tanden) te verzekeren of om een andere draaizin te realiseren. Voor de wielen, een freesuitloop van minimaal 5 mm voorzien.

13 & 14 Wielen van gelaste uitvoering

Te vergelijken met de vormen 6 & 7 en 8.

15 Samengestelde wielen voor pijlvertanding of dubbele schroefvertanding

Toepasselijk voor overbrenging van zeer grote vermogens, die een grote tandbreedte en een dubbele schroefvertanding (vermijden van nadelige axiale belastingen) vereisen of wanneer de tandkransen om redenen van weerstand van gesmeed legeerstaal dienen te zijn, daar waar men zich voor het wiellichaam met gietijzer, gietstaal of gewoon gelast staal tevreden kan stellen.

vormgeving-wielen-1

16 & 17 Cilindrische wormen

Zelfde opmerking als voor rondsels 1 tot 5.

18 & 19 Wormwielen (met keel)

De afbeelding 18 toont een samengesteld wormwiel met bronzen tandkrans en een wiellichaam van gietijzer of gietstaal; deze oplossing laat toe het gewicht van het brons te beperken en de vervanging van het vertande gedeelte, in geval van slijtage, gemakkelijk en economischer uit te voeren.

Afbeelding 19 toont een gewoon wormwiel (met vlies of spaken) voor uitvoeringen in gietijzer, brons of aluminium. De vorm van de velg is eenvoudiger (dus meer economisch) dan die van afbeelding 18.

20 tot en met 25: kegeltandwielen

De keuze van de vorm voor kegelwielen is gebaseerd op de mogelijkheden of noodzaak voor het monteren. Zoals voor de cilindrische rondsels en wielen kan de uitvoering de vorm aannemen van gewone schijven, asrondsels, wielen of kransen. Zo veel mogelijk de naar vóór uitspringende naaf vermijden, m.a.w. de voetkegel dient vrij te zijn tot aan de kegeltop.

26 tot en met 28: dubbele rondsels

Wanneer twee of meerdere vertandingen op éénzelfde stuk voorzien dienen te worden (dubbele, driedubbele rondsels), moet noodzakelijkerwijze een voldoende afscheiding tussen de vertandingen worden voorzien, teneinde een freesuitloop te verzekeren. Voor rechte vertandingen volstaat gewoonlijk een uitloop van 5 mm (tandfrezen met rondsel- of heugelsteekmes, maximum moduul 12,7); voor zwaardere vertanding met afwikkelfrees te verwezenlijken moet de uitloopgroef ongeveer 5x de moduul zijn.

vormgeving-wielen-2