Stub-vertanding

Het grondkenmerk van een stub-vertanding is een verminderde tandhoogte= ongeveer 3/4 van de normale tandhoogte, zie onderstaande figuur.
stubvertanding
Door deze kleinere hoogte bezit de tand een bredere basis en wordt ook het buigmoment voortkomend van de op de tand toegepaste kracht kleiner; vandaar een grotere weerstand tegen breuk.

Samen met een geringe vermindering van de afmetingen zijn dit de enige voordelen van de stub-vertanding. Anderzijds wordt de lengte van de ingrijplijn gevoelig verminderd zodat het ingrijpen meer geluid oplevert; de verdeling van de kracht over de tanden en over de contactoppervlakten is minder gunstig met natuurlijk sneller optredende slijtage van de tandflanken.
Het gebruik van stub-vertanding is dan ook fel achteruitgegaan en beperkt zich tot tandwielen bestemd voor de overbrenging van een groot koppel, maar die niet voortdurend in bedrijf zijn. Temeer dat het vervaardigen van dergelijke vertandingen ook speciaal gereedschap vergt.

Voor de metrische moduul stub en het angelsaksische-systeem overschrijdt men zelden moduul 6 en DP4 (moduul 6,35).
De basiskenmerken worden door verschillende cijfers voor steek en tandhoogte aangeduid; een eerste cijfer (m) slaat op de stap gevolgd door een breukstreep en opnieuw een tweede cijfer (m’) dat de hoogte weergeeft van de vertanding. Zó betekent stub moduul 6/4, dat men een vertanding heeft waarvan de steek gelijk is aan p x 6 en waarvan de hoogte 4 is van een gewone moduul.

Voor het angelsaksisch systeem geldt dezelfde schrijfwijze: DP8/10, bijvoorbeeld, duidt op een vertanding met een stap van DP8 x p of 3,175 x p, en DP10 voor de tandhoogte.

De drukhoek van stubvertandingen is altijd 20° en de voethoogte ± 1,25 x de moduul.
Hierna volgen de formules voor de berekening van de afmetingen van een tandwiel met stubvertanding en de tabellen met de genormaliseerde waarden.