Speciale kettingen

1. Kettingwielen voor geruisloze kettingen

t: stap van de ketting
D: kopcirkeldiameter
Dt: steekcirkeldiameter
z: aantal tanden van het kettingwiel

De bepaling van de kopcirkeldiameter wordt met onderstaande formule bekomen:
D = t.cot Image398

geruisloze kettingen

Een geruisloze ketting bestaat uit een serie vertande schakels verbonden door verbindingselementen die een beweging tussen twee aanliggende schakels toelaten. Er bestaan geruisloze kettingen met centrale geleiding en kettingen met zijdelingse geleiding. 

Kenmerken van een geruisloze ketting:

  • De ketting ligt om het buitenoppervlak van het wiel, gelijk een riem, en de vertanding steekt buiten de ketting. De ketting grijpt in met het wiel door middel van tanden die zich aan de onderkant van de ketting bevinden. De kettingtanden en de wielvertanding zijn zó gevormd dat door slijtage op de verbindingselementen de steek vergroot, de ketting daardoor neiging vertoont zich naar buiten op de tand te verplaatsen, dus in te grijpen op een grotere steekmiddellijn; het gevolg van deze verplaatsing is dat de steek van de ketting en de steek van het wiel in dezelfde mate vergroten.
  • De belasting op de tanden verdeelt zich over alle tanden die binnen de contactboog liggen, ongeacht de verlenging door slijtage.
  • De schakels vertonen geen glijden op of van de tanden, wat een zacht en praktisch geruisloos ingrijpen meebrengt, deze overbrenging werd ook bedacht voor het overbrengen van vermogens of hogere snelheden dan deze toegelaten worden voor rolkettingen.
  • Het rendement van de “geruisloze ketting” kan 99% bedragen, en voor de volledige overbrenging van 96 tot 97% onder gunstige voorwaarden; van 94 tot 96% kan verzekerd worden met goed ontworpen overbrenging onder gemiddelde werkingsvoorwaarden.
  • De levensduur en onderhoud van geruisloze kettingen hangt vooral af van de opvatting van het hele drijfwerk, de spanningsregeling inbegrepen. Bij zeer losse kettingen zal het wippen van de ketting de slijtage bespoedigen. Een goede spanningsregeling kan de levensduur verdubbelen. Een lichte speling is nodig met een minimum van +/- 3 mm. Alhoewel de ketting hoger op de vertanding gaat liggen bij verlenging van de steek, wordt deze verlenging niet opgevangen voor het recht gedeelte van de ketting, wat meebrengt dat dit gedeelte gaat verslappen bij slijtage.

Behalve voor de tandvorm lijken de rondsels en wielen voor geruisloze kettingoverbrengingen op deze voor rolkettingoverbrengingen. Zoals aangetoond in de afbeelding hebben de wielen voor geruisloze ketting “vlakke” actieve tandflanken. De tandtoppen kunnen zowel afgerond als hoekig zijn.

De voetspeling onder de actieve tandflank is niet juist bepaald, doch dient voldoende te zijn om de tandkoppen van de ketting vrij te laten bewegen. De genormaliseerde tandvorm is bedoeld om in te grijpen met schakelplaatjes waarvan de buitenste (actieve) zijden een ingesloten hoek van 60° vormen. Men ziet eveneens dat de hoek gevormd door de flanken van een gegeven tand (60°-) kleiner wordt naargelang het tandenaantal vermindert, zodat voor een rondsel met 12 tanden deze hoek nul wordt. Met andere woorden, de tandflanken zullen evenwijdig zijn. Als praktische wenk wordt er aanbevolen voor 21 of meer tanden te kiezen en minder dan 17 tanden te vermijden. 
Het tandfrezen van geruisloze kettingwielen geschiedt door middel van moederfrezen (afwikkelproces voor serieuitvoeringen), door middel van een dubbele profielfrees (2 flanken) of met een gewone schrijffrees met evenwijdige flanken. Aangezien de te frezen flankhoeken verschillen naargelang de tandenaantallen, zal de beschikbaarheid van passend freesgereedschap de freesmogelijkheid en de freestijd bepalen.

De keuze van een geruisloze kettingoverbrenging zal niet alleen afhangen van het over te brengen vermogen en de verhouding tussen aandrijvende en aangedreven assen, maar eveneens van factoren zoals de snelheid van de snelst draaiende as, de beschikbare ruimte, de afmetingen van de wielen, de aard van de belasting en andere factoren. Als eerste stap bij de keuze van een dergelijke overbrenging moeten de steek van de ketting en het tandenaantal van het rondsel vastgelegd worden. Gewoonlijk kunnen verschillende combinaties van kettingsteek en wielafmetingen gekozen worden. Het is raadzaam de fabrikant van de ketting te raadplegen bij het ontwerpen van een kettingoverbrenging en verder de keuze te doen, rekening houdend met de maat en lengte van de ketting, hartafstand, smeermogelijkheden, opstelling van de behuizing, enz…

2. Kettingwielen voor transportkettingen

do: steekcirkeldiameter
da: kopcirkeldiameter
da = do + ≈d
df: voetcirkeldiameter
df = do – d
A: steek tussen de rolblokken
B: steek van de rolblokken
d: roldiameter
Image404do = Image405
tanβ = Image406

kettingwielen transportkettingen

3. Kettingwielen voor schakelkettingen

Kettingen volgens DIN 766A – 766B – 766HA – 766HB – 5687 – 763 – 764 – 764H

D: Steekcirkeldiameter
N: Aantal tanden
d: diameter van de schakel
Pitch: steek van de ketting
De diameter van het kettingwiel wordt door onderstaande formule bekomen:
D = Image407 met Image408

kettingwielen-schakelkettingen