Uitlijnprocedure

uitlijnprocedure1 ZIJAANZICHT + BOVENAANZICHT
De reductiekast staat vast op zijn sokkel, volledig aangesloten. De bevestigingsbouten van de motor zijn met de hand aangedraaid aan de voetplaat.
De bevestigingsbouten van de voetplaat zijn eveneens met de hand aangedraaid in de bodem. De indikaties “R” zijn op de flenzen van de koppeling (M1 & M2) aangebracht.
M1: flens van de reductiekast
M2: flens van de motor
uitlijnprocedure2
uitlijnprocedure3 ZIJAANZICHT + BOVENAANZICHT
De tandwielkast staat vast op zijn sokkel, volledig aangesloten. De bevestigingsbouten van de motor zijn met de hand aangedraaid aan de voetplaat. De bevestigingsbouten van de voetplaat zijn eveneens met de hand aangedraaid in de bodem. De indicaties “R” zijn op de flenzen van de koppeling (M1 & M2) aangebracht.
M1: flens van de tandwielkast
M2: flens van de motor
uitlijnprocedure4
uitlijnprocedure5 ZIJAANZICHT + BOVENAANZICHT
De meetklok wordt op de buitenzijde van de flens M1 geplaatst en men meet op de buitenzijde AC van de flens M2. Wij lezen de verschillen van concentriciteit af bij 1 omwenteling van beide assen. De afwijking “d” tussen 3h en 9h en de afwijking “h” tussen 6h en 12h. Het aanpassen gebeurt door verschuiven voor “d” in het horizontale vlak en het opblokken voor “h” in het verticale vlak tot de uitlezing overal gelijk is. Zo verkrijgt men de concentriciteit en het samenvallen van beide assen.Het opblokken “h” gebeurt tussen de motorvoeten en de voetplaat. De tekening hiernaast toont het eindresultaat. De toleranties zijn toepassingsgebonden en zijn eveneens afhankelijk van de eigenschappen van de koppeling.
uitlijnprocedure6