
| De schuinte van een schroefvertanding moet, wat zin en grootte betreft,
steeds in een aanzicht, nooit in een doorsnede, aangeduid worden. Ze kan
ook, buiten andere aanduidingen door een geschreven tekst aangegeven worden:
b.v.: rechtse schroefwiel, helling "X°". De hier bovenstaande
figuur "A" toont een verkeerde manier van aanduiden. OPMERKINGEN: De schuinte van een schroefvertanding is de helling van de schroef op de cilinder die de steekcirkel als basis heeft t.o.v. de aslijn of van een mantellijn van deze cilinder. De beschrijvende schroeflijnen op andere gedeelten van de tandflank hebben een andere schuinte, die echter nooit dienen aangegeven te worden. Bij het opzoeken van de schuinte van een schroefvertanding, kan men de schroefhoek op de steekcilinder berekenen uitgaande van de schuinte op de tandkop; deze laatste kan gemeten worden met een hoekmeter wanneer men het rondsel op een stuk papier laat rollen en zó een zuivere afdruk bekomt. Deze meting is nochtans delicaat en de uitslag is niet zeer betrouwbaar; het is geraadzaam ons het opzoeken van de juiste schuinte over te laten, daar we over het aangepaste gereedschap beschikken. |