1. Kettingwielen voor geruisloze kettingen
![]() |
t: D: Dt: z: |
stap van de ketting kopcirkeldiameter steekcirkeldiameter aantal tanden van het kettingwiel |
| De bepaling van de kopcirkeldiameter wordt met onderstaande
formule bekomen: D = t.cot |
||
Een geruisloze ketting bestaat uit een serie vertande schakels verbonden door
verbindingselementen die een articulatie tussen twee aanliggende schakels toelaten.
Er bestaan geruisloze kettingen met centrale geleiding en kettingen met zijdelingse
geleiding.
Kenmerken van een geruisloze ketting:
Behalve voor de tandvorm gelijken de rondsels en wielen voor geruisloze kettingoverbrengingen
op deze voor rolkettingoverbrengingen. Zoals aangetoond in de afbeelding hebben
de wielen voor geruisloze ketting "vlakke" actieve tandflanken. De tandtoppen
kunnen zowel afgerond als hoekig zijn.
De voetspeling onder de actieve tandflank is niet juist bepaald, doch dient voldoende
te zijn om de tandkoppen van de ketting vrij te laten bewegen. De genormaliseerde
tandvorm is opgevat om in te grijpen met schakelplaatjes waarvan de buitenste
(actieve) zijden een ingesloten hoek van 60° vormen. Men ziet eveneens dat de
hoek gevormd door de flanken van een gegeven tand (60°-
)
kleiner wordt naargelang het tanden aantal vermindert, zodat voor een rondsel
met 12 tanden deze hoek nul wordt. Met andere woorden, de tandflanken zullen evenwijdig
zijn. Als praktische wenk wordt er aanbevolen voor 21 of meer tanden te kiezen
en minder dan 17 tanden te mijden.
Het tandfrezen van geruisloze kettingwielen geschiedt door middel van moederfrezen
(afwikkelproces voor serieuitvoeringen), door middel van dubbele profielfrees
(2 flanken) of met gewone schrijffrees met evenwijdige flanken. Aangezien de te
frezen flankhoeken verschillen naargelang de tandaantallen, zal de beschikbaarheid
van passend freesgereedschap de freesmogelijkheid en de freestijd bepalen.
De keuze van een geruisloze kettingoverbrenging zal niet alleen afhangen van het
over te brengen vermogen en de verhouding tussen aandrijvende en aangedreven assen,
maar eveneens van factoren zoals de snelheid van de snelst draaiende as, de beschikbare
ruimte, de afmetingen van de wielen, de aard van de belasting en andere factoren.
Als eerste stap bij de keuze van een dergelijke overbrenging moeten de steek van
de ketting en het tandaantal van het rondsel vastgelegd worden. Gewoonlijk kunnen
verschillende combinaties van kettingsteek en wielafmetingen gekozen worden. Het
is raadzaam de fabrikant van de ketting te raadplegen bij het ontwerpen van een
kettingoverbrenging en verder de keuze te doen, rekening houdend met de maat en
lengte van de ketting, hartafstand, smeermogelijkheden, opstelling van het gehuis,
enz…
2. Kettingwielen voor transportkettingen
![]() |
do: steekcirkeldiameter da: kopcirkeldiameter da = do + ≈d df: voetcirkeldiameter df = do – d A: steek tussen de rolblokken B: steek van de rolblokken d: roldiameter tanβ = ![]() |
3. Kettingwielen voor schakelkettingen
Kettingen volgens DIN 766A – 766B – 766HA – 766HB – 5687 – 763 – 764 – 764H
| D: | Steekcirkeldiameter |
| N: | Aantal tanden |
| d: | diameter van de schakel |
| Pitch: | steek van de ketting |
| De diameter van het kettingwiel wordt door onderstaande formule bekomen: | |
D = met |
|
