Voor het meten van vertandingen zijn een viertal mogelijkheden:
Meten met dubbele tandschuifmaat of "Brown & Sharpe" tandnonius
1.1 Rechte vertanding
Dit speciaal meetinstrument bestaat uit een combinatie van twee schuifmaten, één
voor het instellen van de dieptemaat, één voor het meten van de
tanddikte (zie schets). De theoretische tanddikte op de steekcirkel is gelijk
aan de koorde (Sn) van de steekcirkelboog begrepen tussen de twee flanken van
een tand. De booglengte (Sn) vertegenwoordigt een halve steek. In de praktijk
moet de tanddikte rekening houden met de flankspeling, dus: praktische tanddikte
= lengte van koord – 1/2 van flankspeling (zie hoofdstuk Flankspeling).

Berekenen van de tanddikte
| In nevenstaande figuur en met volgende afkortingen: mn = modulus (= ha = kophoogte) pn = normaalsteek = mn.p r = steekcirkelstraal d = steekcirkeldiameter z = tandaantal en c’b = |
![]() |
Berekenen van de normaalkoordehoogte
cc' = m, wegens verhouding van basisprofiel, en
= cc’ + c’e
c’e = r – r.cosψ en aangezien r =
=
bekomt men:
c’e =
.(1
– cosψ) = m.z.(
)
dus
= m + m.z.(
)
= m.
of
= m.![]()
In de tabel zijn de waarden van
en
berekend voor modulus 1 en voor de verschillende tandaantallen. Het volstaat deze
getallen te vermenigvuldigen met het getal van de gebruikte modulus. Men dient
erop te letten dat voor de maat
de theoretische waarde is opgegeven en voor de praktische waarde dient men dit
getal dus te verminderen met ± de helft van de flankspeling.
|
![]() |
Voor de berekening bij wielen met inwendige vertanding, dient men de pijl van
de koorde
af te trekken in plaats van deze op te tellen. Voor tandwielen met correctie dient
de halve tandhoek
te worden vermeerderd met +![]()
Speciaal geval
Berekening van de tanddikte op een gegeven straal:
Als we als basis de tanddikte S nemen op de steekcirkel, dan is het mogelijk om
de tanddikte te berekenen op gelijk welke straal (rp).
Uit rb = r.cosa = rp cosap kunnen
wij ap berekenen.
De tanddikte wordt dan
Sp = rp.![]()
1.2 Schroefvertanding:
Dezelfde procedure kan hier toegepast worden door te rekenen met het virtueel
aantal tanden:
zv =![]()
= zv.mn.sin
&
= mn. 
voor de schijnbare modulus is mn = mt.cosβ. Voor tandwielen
met correctie dient de halve tandhoek
te worden vermeerderd met +![]()
1.3 Rechte conische vertanding:
In dit geval dient men te meten langs de zijde van de grote modulus op de
uiterste zijde van de tand.
De afmetingen zijn dezelfde als deze van cilindrische tandwielen met dezelfde
modulus maar met een virtueel aantal tanden:
zv =![]()
= zv.m.sin
&
= m.
1.4 Conische wielen met spiraalvertanding:
Gezien de de hellingshoek en de boog van de vertanding, is het meten met de tandschuifmaat
niet juist uit te voeren op de einden van de vertanding, daar men op deze plaats
te maken heeft met een schijnbare modulus. Specialisten meten de tanddikte volgens
de reële modulus op een welbepaalde plaats van de tanduiteinden.
1.5 Worm en wormwielen
Dezelfde procedure kan hier toegepast worden door te rekenen met het virtueel
aantal tanden:
zv2 = ![]()
Schijnbare modulus:
Worm
=
.p.mx.cosg &
= 
Wormwiel
= zv2.mx.cosg.sin
&
= mx.
Voor wormwielen met correctie dient de halve tandhoek
te worden vermeerderd met +![]()
Normaal modulus:
Worm
=
.p.mn &
= 
Wormwiel
= zv.mn.sin
&
= mn.
Voor wormwielen met correctie dient de halve tandhoek
te worden vermeerderd met +![]()